Jacobus Corstius,geboren Gorinchem 10 juni 1785,overleden Amsterdam 12 juli 1847.Zoon van Melchior Corstius,predikant,en Henrica Maria Aleida van Wije.Student theologie Groningen 1801,hervormd predikant Feerwerd(Groningen),Garsthuizen 1808,Hoogezand 1811,Enkhuizen 1822,Amsterdam 1828-1847.Hij huwde te Lochem op 26 april 1807 met Johanna Munnik.Corstius was de vertolker van een bijbels praktisch christendom.Hoewel hij evenmin als zijn leermeester Muntinghe,een voorstander was van het strikt handhaven der belijdenisgeschriften,was zijn theologisch standpunt toch rechtzinnig te noemen.Zij publicaties bestonden voornamelijk uit `leeroefeningen` een soort huisboeken,die de een-
voudige lezer aanspraken en dan ook veel gelezen werden.In een daarvan,getiteld:Spreuken van onzen Heer Jezus Christus,verschenen kort na Dacosta`s Bezwaren tegen den geest der eeuw,klaagde hij over de ongodsdienstigheid van de geest des tijds.In zijn De wedergeboorte en heiligmaking zette hij zich af tegen de moralistische vervlakking van het begrip wedergeboorte.Het plaatsbekledend lijden en sterven van Christus stond voor hem centraal in n.t.isch getuigenis.Maar in GB werd hem onkritische exegese verweten.Toen in 1832 de cholera-epidemie vele slachtoffers eiste,publiceerde hij Christelijk raad en troost in donkere dagen,waarin hij aanspoorde tot verootmoediging onder deze,,tuchtingen Gods``
Een halve eeuwbleef het catechisatieboekje in gebruik dat Corstius met enkele collega`s in 1833 uitgaf.Het riep echter terstond na verschijnen een felle afwijzing op bij monde van
Z.H.van der Feen,zoon van een ,,gereformeerd leraar`` die in 2 st.een Waarschuwend onderrigt(1839) ertegen publiceerde,waarin hij aan de hand van schriftuurplaatsen al wat Corstius e.a. leerden verwierp als niet in overeenstemming met de drie formulieren van enigheid.Costius redigeerde vele jaren de Bijbelsche Almanak.Hij schreef bijdragen in het maandschrift,uitg.door de ring van Amsterdam.