uit drentsarchief:
Gerhard Struuck overlijdt - als reeds vermeld - begin 1642; zijn vrouw overleefde hem enkele jaren * . Hun totale nalatenschap bedroeg meer dan ? 100.000, een fortuin in die tijd. Bij de scheiding van die erfenis, waarvoor de Etstoel een aantal gecommitteerden had aangewezen, komt Overcinge aan de oudste zoon Johan Struuck * . Deze vervulde in de landschap een aantal ambten: hij werd in 1625 aangesteld tot ontvanger-generaal en na de dood van zijn schoonvader, landschrijver Hubert Weijnichman, in 1627 tot diens opvolger benoemd. Hij bleef in die functie tot zijn dood in 1666. Ook was hij gedurende twintig jaar lid van de Etstoel (l646-l666). Het is deze Johan Struuck die als een van de bouwheren van Overcinge moet worden aangemerkt.