29) 24.1.1686,
Ao 1686 den 24ten januarij coram Dno judice Joanne von der Marck, et scabinis Jacob Möers und Jeliss Vierkens in forma judicij personlich comparirt und erschienen Rutt Möers, und hat in krafft von her Francois Kempinck, und juffer Mechtelt Moij eheleuthen habender, dem gerichte vorgewiesener, und von her Corneliss von Steenler, der beider rechten Doctorn, ambtman der Bannerherrlichkeit von Bahr und Lathumb passirter vollmacht, de dato 31ten december 1685 bekant, dass comparentis principalen Francois Kempinck und juffer Mechteldt Moij obgemelt, in einem stäten, festen und unwiederrufflichen erbkauff vor eine summa von kauffpfenningen, welche comparentis principalen zu danck vollthan und bezahlt wehren, ahn Sr. wollgebohren her Johan Everhardt von Heiden, undt der auch wollgebohrnen frawen Annen Catharinen von Zweten eheleuthen, ihre drittentheil von einem bawhoff, mit darin= und zugehörige baw= und weidelandereijen in dem kirsspel Keeken in der Duffelt gelegen, wavon den erbgen Stegens von Embrich und Cöllen ein drittentheil, und das restirende drittentheil käufferen selbst zustendig, vor freij allodial erb, mit keine aussgäng, zinssen, oder einigerleij lasten, wass nahmens die auch sein mögen, beschweret, aussgenohmen des landes herren schatzung, und gewöhnliche erbengelder, alss dieselben aussgeschlagen werden, welche allein und keine andere zu last des her und fraw käuffern vorbemelt sollen stehen bleiben, und im fall nun oder zu einigen zeiten befunden werden solte, dass das vor erwehnte verkauffte drittentheil des vorbemelten hofes einiger massen beschweret wehre, oder jemandt selbiges zu recht besprechen, und käufferen, desswegen einiger schade anerwachsen solte, dieselbe dessfalss allerdings sollen indemnisiren, stellende davor, wie im gleichen vor alle eviction zu waer= und waerschafft ihre personen, gereid= und ungereide, habende und kunfftige güther, umb sich darahn kost= und schadloss zu können und mögen erhohlen, und hat diesem nach besagter wollmachtiger ahn händen des her richters vorbemelt besagtes drittentheil des bawhofes zu erblichen behueff Sr. wollgeb: her Everhardt von Heiden, und der auch wollgebohrenen frawen Anna Catharina von Zweten eheleuthen aufgetragen, und daruff mit handt, halm und gichtigem mundt verziehen, welchem nach der her richter uff erkentnuss der scheffen des comparenten principalen von besagtes drittentheil enterbet, und bemelten her käufferen damit, edoch vorbehaltlich jedermänniglichen seines guthen vorrechtens, beerbet hat.
30) 31.12.1685, Copia mandati, wavon in obstehender aufftragt meldung geschehen,
Ick Cornelis van Steenler, der beiden rechten doctor, ambtman der Banner herrlickheit van Bahr ende Lathumb, doen cond, ende certificeere mits desen, dat vor mij ende gerichtsluijden hier nae benoemt, erschenen sijn Francois Kempinck, ende Juffer Mechtlelt Moij, echteluijden, ende hebben geconstitueert, ende vollmachtig gemaeckt, gelijck sij doen mits desen, Rutt Meurs, wonende tot Keeken, om der comparanten naem, ten behoeve van de well ed: gebohren heer Johan Everhardt van der Heiden, ende Frawe Anna Johanna van Zweten egteluiden opdracht te doin, van der comparanten derdendeel van den hoff te Keeken, volgens soedane voorschrifft, alss gemelte comparanten aen hem hebben overgesonden, ende sij in judicio sall overleveren, op het voornoemde derdendeel ten behoove voorss: behoorlicke vertignisse, ende alles verder te doen, wat de comparanten selffs prasent sijnde, sonden connen off mögen doin, beloovende alles van waarden te sullen houden, wat bij jaeren geconstitueerden in desen sall worden gedaen, ende denselben in alles cost ende schadeloos te houden, onder verbant, als na rechten, met renunciatio van alle exceptien, ende beneficien, den inhout deeses eenigsinss contrarierende, sonder argelist, hier sijn aen en over geweest alss gerichtluiden Dr Goswin van Steenler, ende Jacob Dreux. Dies t'oirconde is gemelten Bannerherrlickheits zegel op 't spatium deses gedruckt den 31ten december 1685. L:S: J: Dreux landtsr. bron: http://members.chello.nl/g.vbenthem/Haltgericht.htm
19-10-1698
Henrick Raab en Mechtelt Moij, weduwe van Francois Kempinck, echtelieden, zomede juffer Geertruijt Sibilla Kempinck met Johan Mamelt, als momber en eindelijk Antonij Gaijmans en Johan Mamelt, als gemachtigden van Bernardus en joffer Beatrix Kempinck, kinderen van Francois Kempinck en zich allen sterk makende voor Cornelia Kempinck, hunne onmondige dochter en zuster, bekennen verkocht en opgedragen te hebben aan Godert, grave van Athlone, baron van Rheden en Ursula Philippota van Raesfelt, echtelieden, een weide, genaamd den Crommenacker, groot ongeveer 6 morgen, gelegen in het ampt van Rheden. Ten overstaan van Henrick Otters en D. Dibbets, geërfden in Veluwenzoom, 1698 october 19. 1 charter
N.B. Op perkament, ondertekend en gezegeld met uithangende zegels, door verkopers, momber, gemachtigden en geërfden.
Met enige stukken op papier, betrekking hebbende op dezen verkoop.
Het Gelders Archief en Gemeente Ede 0203797100797-01063/1022
24-10-1698 19-09-1699 Bennekom Koop en verkoop
Rejnier Temminck en zijn vrouw Walburch Hachten, Hester Teodora Craijvangers, weduwe van Otto Temminck, Renera Maria Verwers, geassisteerd met haar neef Henrick Temminck, gezamenlijk optredend namens hun afwezige neef Jacobus Odendael, alsook Francois Hachten, gemachtigd door Maria Elisabet Helledonck, zussen en erfgenamen van de overleden Reijnier Kempinck, verkopen aan Helmert Gerrits Kits en Frans Rijcken, een kamp hooiland genaamd de Gagelcamp, groot zeven morgen, gelegen tussen de Eem en de Veendergrifft.ORA Veluwe en Veluwezoom, scholambt Ede, protocol van verbanden en opdrachten 1675-1733
446 Francois Kempinck en Mechtelt Noij e.l. hebben tot voldoening aan het app.t van E. en Eerb. magistraat dezer stad, op 19-04-1676 gegeven, nl. van te zullen doen behoorlijke rekening, bewijs en reliqua van alle inkomende schulden en crediten, die hij, comparant, van zijn zusters Cristina en Helena en broeder Reijnier Kempincx nalatenschap zal komen te ontvangen, verbonden zijn gedeelte van 2 huizen in de Weverstraat, nog van een huis bij de Velperpoort en voorts alle zijn gerede en ongerede goederen in deze stad en schependom te bevinden;
Datering: 20-04-1676
Folio: 153v
Toegangsnummer: 2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer: 420