procuratie zie blz. 33 van https://www.archieven.nl/nl/zoeken?mivast=0&mizig=128&miadt=37&miaet=54&micode=2003_516&minr=43593184&miview=ldt
Alardt Hellendoorn en joffrouw Maria Kempincks, echtelieden, Cornelis van Steenler, enz., als erfgenamen van joffrouw Reinera Valckenburghs, bekennen verkocht en overgedragen te hebben aan Godert, baron van Rhede, heer van Ginckel, Middaghten en Hervelt, luitenant-generaal der Cavalerie en jagermeester op de Veluwe en zijne echtgenote Ursula Philippa van Raesfelt een stuk weiland, genaamd het Vossenmaetje, gelegen in den ampte van Rheden, zoals het vroeger toebehoord heeft aan Gerarda Schaep, weduwe van den overste luitenant Coutis, daarna aan capitein George Coutis en laatstelijk aan de verkopers. Ten overstaan van Goswin en Wilhelm van Steenler, geërfden in Veluwenzoom.
Verkopers verklaren, dat ingeval het verkochte weiland tot bouwland gescheurd wordt, het wellicht tiendplichtig zou worden, 1689 november 8. 1 charter
N.B. Op perkament, ondertekend en met de uithangende zegels der verkopers en der geërfden in rood was.
Francois Kempinck en Mechtelt Moij, echtelieden, bekennen schuldig te zijn aan het borgerweeshuis van Arnhem 1200 caroli gulden, tegen een rente van 6% 's jaars, onder verband van een weide, genaamd den Crommenacker, gelegen in het ampt Rheden, hun aangedeeld uit den boedel van hunne nicht juffer Reinera van Valckenburg. Ten overstaan van Cornelis en Goswin van Steenler, als geërfden in Veluwenzoom, 1691 mei 6. 1 charter
N.B. Op perkament, ondertekend en gezegeld met uithangende zegels door de verkopers, in groen was en de geërfden in rood was.
Achterop staat, dat deze schuld 20 october 1698 door den grave van Athlone is afbetaald.
https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven?mivast=37&mizig=210&miadt=37&miaet=1&micode=0522&minr=26797740&miview=inv2
https://www.geldersarchief.nl/bronnen/archieven?mivast=37&mizig=210&miadt=37&miaet=1&micode=0522&minr=26797739&miview=inv2
128. GENDRINGEN. Een teende to Hunten, groft ende smael, buten den stall ende bynnen den stall, ende up den velde in bruick, mit all synen toebehor, tot 5 marck. (...) Dr. Hendrick Temminck, na opdracht door Everharda van Valckenborgh, weduwe van den ambtman Wolter Verstegen, 1656 October 10. Reiner Temminck, na doode van zijn vader Dr. Hendrick, 1671 Maart 28. Lucretia Wissinck, weduwe van Johan Surches de Beaurefardt, na opdracht door Reinier Temminck en diens vrouw Johanna Walburgh Hachten. Haar zoon Emanuel Surches de Beauregardt is hulder, 1711 Mei 12. bron: Lenen van het Huis Bergh (A. P. van Schilfgaarde, Ver. Gelre 1929)
370 Secretaris Peter Verstegen verklaart aan Juffr. Reinera Valckenburgh van geleende gelde schuldig te zijn een kapitaal van 600 gl. volgens obligatie van 03-10-1659 en dan nog een kapitaal van 20000 gl. vermogens obligatie van 12-11-1661, beide met de interesse naar inhoud van de resp. obligaties, en heeft voor de verzekering van de betaling derzelver verbonden en verhypothekeerd alle zijn gerede en ongerede goederen, obligaties, assignaties, ordonnanties, tractement, actien en crediten [enz.], tot het sterfval en recht van- of op zijner huisvrouwen nalatenschap in haar vaders versterf [enz.]; Datering: 20-08-1674
Folio:
127r-127v
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
420
Beschrijving:
Procesdossiers Lage Bank
Voornaam:
Francoys
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Achternaam:
Kempinck
Datum:
1469 - 1809
Opmerking:
Tegen: Hellendoorn, Alard (echtgen. v. Reinera Valckenborgh) (betr. geschil over een erfenis)
Inventarisnummer:
141
Folio:
01 bron:
archieven.nl
in testament:
haar nichten getrouwd met cornelis steenler en otto temminck dus kinderen van haar zussen?
neven reinier kempinck en francois kempinck
Jacobus Albertus Driessen Opheijden
geb. ??? - handelaar 1688 te Nijmegen [5] - lid nr. 257 van broederschap van broeders en zusters gesticht 1691 Nijmegen -
erft 1707 geld en goederen van Palmers/Driessen - † voor 27-5-1717 -
ondertr. Nijmegen (NH) 21 mei 1693 met afkondigingen in Arnhem als "Jacobus Albertus Driessen Opheijden" -
met Gerarda Everharda van Steenler - tr. Ubbergen 6 juni 1693 - geb. ??? - lid nr. 162 van broederschap van broeders en
zusters gesticht 1691 Nijmegen - † Nijmegen 21 mrt. 1701 - dr. van Cornelis van Steenler - beide rechten doctor en raadsheer hof van
Gelderland te Arnhem - en Geertruijdt Zoer -
hij 2e ondertr. Nijmegen (NH) 15 mei 1707 en tr. Kaldenkirchen (D) (NH) 13 juni 1707 met Margaretha Clara Weissenburg -
geb. Aken (D) 9 apr. 1678 - † na 26-4-1718 [41] - dr. van Peter Weissenburg en Anna Klara Müsterus ook Munsterens
RHCL Maastricht - toegangsnr. 16.0738 - familie archief nr. V738 - foto nr. DOP738-1/8 - huwelijksvoorwaarden
12 mei 1693 tussen Jacobus en Gerharda waarin hij inbrengt alle goederen die hem nu en toekomstig zullen
toekomen van zijn ouders en vrienden alsmede zijn aangebrachte "factorie" [factorie = handelskantoor, meestal in
het buitenland] en zij inbrengt haar erfdeel in het "olde Erft ende Bouwhoff" aldaar, aan haar vererft van haar zaliger
moeder, deszelfs zuster, van haar grootvader en grootmoeder van Ratingen, ook "int ander Erft ofte Hoffstede
aldaar gelegen staende houwelijck van haer olderen van doctor Steenhouwer ende doctor Lidt aengekocht, alsmede
int aengekochte Erft Hovestein, item inde Hoftstede onder Eertbeeck inden ampte van Brummen, alsvooren van
grootvader ende grootmoeder van Ratingen aengeerft, ende inder resterende Capitalen ende Landerijen onder
Rheden van Capitain Coutes, hergekomen van juffrouw Valckenburgh saliger neffens de andere Erftgenaemen aen-
geerft ende nogh voorhanden sijnde" - "ten tweden Overbetuwe haer moederlijck kijntsgedeelte inde Hoftstede tot
Rheet inden groten Camp tot Elden ende inde bij leggende weijde opt groote Griet, alsmede int Capitaal van duijsent
guldens gevestight in Ceupen Landt aende Clapstraat, mette Heer Hellendoorn gemeijn"
Tevens haar kindsgedeelte in de vordering van 20.100 guldens met onbetaalde rente sinds 1670 ten laste van de
Heeren en Vrouwe van Meijnertswijck. Ook haar kindsgedeelte in "den thiendt tot Harvelt ende uijtter weerdt tot
Driel". "ten derden in nederbetuwe haer kijntgedeelte in de Valcken burghse uijtterweerden ende Bomgaert tot
Heusden voor thienduijsent guld: aengedeijlt door ende vande andere Erftgenaemen Valckenburghs"
"ten vierden omtrent Doesburgh haer kijndtsgedeelte int Erft oft Hoftstede tot Angeler, ende inde weijden genaemt
Zoeren veltslach, leenroerigh respective aenden Huijsen Dieren ende Engelenborgh"
Ook in een vordering van 12135 guldens gevestigd "inden Meerbrincker, Middelclooster, Punderincksen, ende
Veltthiendt tot Steenderen toegehoort hebbende sijn Hooch Graef Ec(xellen)tie van Bronckhorst met de andere ses
erftgenaemen Valckenburgh" Ook een vordering van 4000 guldens op de "Hooghluijrschen thient" met Heer
Hellendoorn en juffrouw Creijvanger wede Temmingh. Insgelijks 3300 guldens tot laste van "Prince van Nassou tot
ter Burgh" Ook een vordering van 8000 guldens in het land van Kleef, gevestigd in "den Mijlendoncksche Pleij met
consent van den Cheurfurst, ende opgedragen door Michiel Wijnants, met de andere ses Erftgenaemen Valckenborgh
gemeijn, ende daarvoor alrede immissie inde twedarde parten van de Mijlendoncksche Pleij geschiet is".
Hierna gebruikelijke formuleringen. Handtekeningen: Jacobus Driessen opheijden, Will. Reindere, Gerrarda Everarda
van Steenler, Corn: van Steenleren en H: Herbertszn.
bron: https://www.genbronnen.nl/genealogie/driessen-op-heijden.html - [-] Nijmeegse schepenprotocollen, M.P.M. Daniels verschenen in zoeklicht kwartier van Nijmegen en zoeklicht zonder grenzen - folio 55 - 7 juni 1694 Johan Palmers verkoopt aan Jacob Driessen op Heyden x Gerarda Everarda van Steenler diverse landerijen als door hem comparant ge-erfd van zijn oudoom Derrick Driessen tegen een lijfrente.