Let op klopt nog niet zie Johan van Seller die Ruijsch en Schrieck zijn nichten noemt. En ook Arnolda van Seller lijkt niet helemaal te kloppen. Dus mogelijk is er nog een Johan, zoon van Johan x Jenneke van Hoeckelom en is Arnolda daar een dochter van.
Zie ook hier voor relatie met Reijnier. Wijnkoper in Amsterdam. Reinier is een neef van Johan! Dus een zoon van een broer of een zoon van een broer van de opa van Johan. Er is mogelijk nog een Hendrick naast de Derck mogelijk is Reinier daar een zoon van.
https://www.openarchieven.nl/saa:9d6d21e3-9ff1-666d-e053-b784100a1840
https://www.openarchieven.nl/saa:9d6d21e0-da6e-666d-e053-b784100a1840
https://www.noviomagus.nl/Boekenhoek/E-boek/GrafzerkenStevenskerk/Grafregisters.htm
200 Johan van Seller, zwak van lichaam, edoch zijner zinnen en spraak ten volle machtig, heeft verklaard dat hij om zonderlinge redenen, hem daartoe bewegende, en ten regarde van het goed gerak en gewacht dat hij steeds van zijn schoonzoon en dochter Jacob Keup en Arnolda van Seller e.l.is hebbende, wil en begeert dat de zelve na zijn, comparants, dood uit zijn meublen voor uit hebben en genieten zullen hetgeen hierna volgt; als: - een bed met pelouw, kussens, 2 dekens, gordijnen en een paar van de beste lakens; - een uittrekkende tafel; - een klein tefeltgen, dat men nederslaat; - een bouffetgen - 2 koperen brandroijen met koperen voeten; - een koperen stulp; - een koperen vuurpan; - een tang en vuurschop met koper beslag; - 6 spaansse stoelen, groot en klein, met 2 grote stoelkussens; - een olieverfschilderij; - een blaasbalg met een koperen pijp;- een lampet; - 2 wagenschutse scabellen, gelijk al hetzelve tegenwoordig in zijn kamer is of gebracht zal worden; Item dat zijn nicht Geertruijt van Schrieck van zijn meublen zal hebben een ledikant met groen behangsel, met een bed, pelouw, kussens en een carpette deken, daartoe gehorende en in de ledikant liggende; en laatstelijk dat zij, comparants, nicht Christina Ruijs zal hebben en behouden de dagelijkse klederen, tot zijn lijve gehorende, als 2 boxsen, de ene van grofgrijn en de ander van laken, een grofgreine wambuis met een lakens rokske en een zwarte lakense mantel; Item een bed met een kussen, pelouw en deken, waarop hij tegenwooridg slaapt;
Datering:
28-10-1622
Folio:
73r-73v
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
416
bron: https://proxy.archieven.nl/0/D5A155E0F47A425C80FEF167C4DBE93F
793 Johan van Schrieck als gemachtigde van zijner huisvrouwen vader Johan van Zeller en Catharina, deszelven huisvrouw, vermogens procuratie, op 14-06-1604 voor burgemeesters, schepenen en raad der stad Duisburg gepasseerd, substituit Henrick ten Hoevel, procureur te Tiel, ad lites et specialiter om te peinden aan een kamp lands, genaamd dat Lijsbroick, groot omtrent 4 morgen, gelgen in de kerspel van Doijenweert in de ambte van Nederbetuwe, welk land eertijds zal. Matthijs van Beinhem en Jv. Cecilia e.l. te wezen placht, nu gepossideerd door de weduwe van zal. Henrick van Beinhem opten Appelenborch, voor een binnenjaarse rente van 6 Philips gl. jaarlijks en de verlopen achterstand van dien;
Datering:
28-12-1607
Folio:
326v
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
412https://proxy.archieven.nl/0/183905692FB54E479A565EE33413648E
232 Johan Schryeck en Eerntyen van Seller, zijn huisvrouw, voor hen zelf en zich mede sterk makende voor Johan van Seller, hun vader, hebben verlijd en bekend dat Willem Rouwken hun afgekocht, gevrijd en gelost heeft alzulke 21 Phs. gl. als zij jaarlijks gelden hebben uit huis en hofstad, staande binnen de stad Nijmegen op de Ganss Oevell, genaamd de Stoeff, met de alinge achterstand van dien, waarvan zij hem bedanken goede en volkomen betaling [enz.], belovende mede gemelde Willem Rouwken in deze losse te zullen indemniseren en schadeloos te houden, onder verband van hun huis en hofstad, staande in de Kerkstraat op de hoek van het Gasthuisstraatje en het kerkhof, en voorts van hun personen en goederen, gerede en ongerede [enz.];
Datering:
12-02-1614
Folio:
80r
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
414https://proxy.archieven.nl/0/3C93042A039548638CD3B2F85E8F0173
Regest
134 Johan van Zeller, wel zwak van lichaam edoch zijner zinnen en verstand ten volle machtig, verklaart - alzo hij zijn schoonzoon Coenraet Ruijs, getrouwd hebbende zijn jongste dochter Anneken van Zeller, en derzelver kinderen inwendig 25 jaren, zo vermogens contracten als anderszins, uit de hand, edoch wederroepelijk in bare gelde gegeven en overgewezen heeft meer als de somme van 1500 gl. onder vaste hoop en vertrouwen dat de vnd. e.l. dezelve penning tot voordeel van hun en hun kinderen aangelegd en hun staat daarmede verbeterd zouden hebben, zonder dat zijn, comparants, 2 andere dochters Metgen en Arnolda van Zeller noch derzelver kinderen daartegen (of voor alle eer, deugd en beleefdheid, door hen de vnd. Ruijs, zijn huisvrouw en kinderen bewezen) enige recompense genoten hebben, en dat hij tot zijn grote leedwezen ziet dat Ruijs zijn staat hoe langer hoe meer in verloop brengt, zich ook niet dragende tegen hem, comparant, en zijn andere zusters als zulks wel behoort, dat hij daarom en om andere zwaarwichtige redenen meer, willende ook gelijkheid gebruiken tussen zijn kinderen, ordonneert, wil en begeert dat Ruijs voorzegd schuldig en gehouden zal zijn na zijnes, comparants, overlijden alzodane 1500 gl. tegen zijn andere medeerfgenamen in den erfhuize weder in te brengen en zich alsdan met dezelve erfenamen reguleren en dragen zal naar de inhoud van de testamenten en andere dispositien, voor dezen door hem, comparant, gemaakt of nog te maken;
Datering:
11-09-1620
Folio:
46v-47r
Toegangsnummer:
2003 ORA Arnhem
Inventarisnummer:
416https://proxy.archieven.nl/0/55273D7310E14A9BA2FCC9224D0FF661
Duytsche kooplieden in Rinsche en Elsater wijnen
https://hdl.handle.net/21.12122/16778090